


Veel trailrunners herkennen het meteen. Na een tijdje voelt een rondje asfalt ineens behoorlijk eentonig. Niet omdat hardlopen op de weg niet leuk is, maar omdat trailrunning iets toevoegt wat je daar minder vindt: avontuur, afwisseling en het gevoel dat je echt onderweg bent. Terwijl het ondertussen gewoon keiharde sport blijft.
Op asfalt kom je snel in een ritme terecht. Rechte wegen, hetzelfde tempo, weinig verrassingen. Bij trailrunning verandert het terrein voortdurend. Een bospad gaat over in stenen. Een vlak stuk verandert plots in een steile klim. Daarna volgt een technische afdaling waar je constant moet opletten waar je je voeten neerzet. Juist die afwisseling maakt trailrunning zo verslavend. Je lichaam en hoofd blijven continu bezig. Je past je ritme aan, kiest je lijn en reageert constant op het terrein.
Daardoor vliegen uren in de bergen vaak sneller voorbij dan een uur op vlak asfalt.
Trailrunning kan ontzettend zwaar zijn. Lange beklimmingen, veel hoogtemeters en technische paden slopen je benen soms volledig. Toch voelt het vaak minder als “een training”. Waarschijnlijk omdat je onderweg bezig bent met veel meer dan alleen snelheid of afstand. Je kijkt om je heen, denkt na over het terrein en bent veel meer aanwezig in het moment. Een trailrun voelt daardoor eerder als een avontuur dan als een verplicht rondje op een trainingsschema.
Op technische trails krijg je vanzelf focus. Even niet nadenken over werk, berichten of dagelijkse drukte, maar alleen bezig zijn met het pad voor je. Waar zet je je voeten neer? Hoe neem je die afdaling? Kun je dat stuk blijven lopen? Die constante concentratie zorgt er juist voor dat veel trailrunners hun hoofd leegmaken in de bergen.

Bij trailrunning ben je veel meer onderdeel van de omgeving. Het weer, het licht, de temperatuur en het terrein bepalen hoe een tocht voelt.Een vroege ochtend in het bos, lopen over een bergkam of een lange klim richting een col geeft een totaal andere ervaring dan kilometers maken langs wegen of fietspaden. Zelfs dezelfde route voelt iedere keer anders.
Op asfalt draait het al snel om gemiddelden, PR’s en pace. In trailrunning zegt dat veel minder. Een kilometer met losse stenen en tweehonderd hoogtemeters vergelijk je niet met een vlak fietspad. Soms loop je, soms wandel je en soms sta je gewoon even stil om om je heen te kijken. Dat maakt trailrunning voor veel mensen ontspannener, ondanks dat het fysiek vaak zwaarder is.

Misschien is dat uiteindelijk het grootste verschil. Trailrunning voelt minder voorspelbaar. Je weet nooit precies hoe een tocht gaat lopen. Het terrein verandert constant en iedere trail heeft wel een moment waarop het even afzien wordt.
