


Of ik nu ga mountainbiken, klimmen, wandelen, alpinisme doe of ergens hoog in de bergen bivakkeer: er zijn een paar spullen die standaard in mijn rugzak zitten zodra ik van de gebaande paden af ga. Niet omdat ik graag te veel meesleep, maar juist omdat deze dingen weinig wegen en in de bergen een enorm verschil kunnen maken
Dit is waarschijnlijk het belangrijkste item op deze lijst. In de bergen kan een tocht altijd langer duren dan gepland. Je route blijkt ingewikkelder, het weer slaat om, je moet omkeren of iemand krijgt problemen. Zeker aan het einde van de zomer valt de nacht verrassend snel.
Daarom heb ik altijd een hoofdlamp bij me. Soms is dat een volwaardige lamp, soms een extreem kleine noodhoofdlamp die bijna niets weegt. Maar iets van licht gaat altijd mee.
Want afdalen over een bergpad in het donker met alleen een telefoonlampje is verre van ideaal.
Ook op warme zomerdagen kan het in de bergen flink afkoelen. Zeker op hoogte, bij wind of wanneer je stil komt te staan. En als er een ongeluk gebeurt of iemand geblesseerd raakt, koel je vaak veel sneller af dan je denkt.
Een licht donsjasje of synthetische isolatiejas weegt weinig, neemt nauwelijks ruimte in en kan echt het verschil maken tussen comfortabel koud en gevaarlijk koud.

Veel mensen zien een reddingsdeken als iets voor noodgevallen dat ergens onderin een EHBO-set hoort te verdwijnen. Maar eigenlijk is het een van de meest veelzijdige spullen die je kunt meenemen. Hij helpt tegen onderkoeling, maar kan ook bescherming bieden tegen regen, wind of zelfs felle zon en oververhitting. Je kunt hem gebruiken om warmte vast te houden, als noodschuilplaats of om beter zichtbaar te zijn voor hulpdiensten.
En het mooiste: hij weegt vrijwel niets.
Een beetje improviseren heeft me in de bergen al vaak geholpen. Daarom heb ik bijna altijd wat simpel reparatiemateriaal bij me.
Denk aan ducttape, tie-wraps, een stukje touw, naald en draad of een paar reservebandjes. Daarmee kun je verrassend veel oplossen: kapotte kleding, een scheur in een tent, een loszittende schoen, een defecte fietsonderdeel of een rugzak die het begeeft. Het hoeft geen uitgebreide toolkit te zijn. Juist de simpele spullen blijken vaak het handigst.
Een beetje MacGyveren heeft al aardig wat tochten gered.

Een kleine EHBO-set hoort wat mij betreft altijd mee de bergen in. Niet alleen met standaardspullen zoals pleisters en verband, maar ook met wat extra dingen die in de zomer handig zijn. Een tekentang bijvoorbeeld. Of blarenpleisters, ontsmettingsmiddel en pijnstillers. Je hoeft geen complete medische kit mee te nemen, maar kleine problemen kunnen in de bergen snel grote problemen worden als je er niets aan kunt doen.
Deze neem ik niet altijd mee, maar hij ligt wel standaard klaar. Een goed Zwitsers zakmes of een multitool zoals een Leatherman heeft onderweg al vaak zijn nut bewezen. Met klimmen laat ik hem meestal thuis om gewicht te besparen, maar tijdens het mountainbiken, bivakkeren of langere tochten gaat hij vaak wel mee. Voor het repareren van een fiets, het vastzetten van materiaal, een probleem met een gasbrander of gewoon allerlei kleine improvisaties onderweg is zo’n tool ontzettend handig. Vaak heb je hem urenlang niet nodig, maar op het moment dat er iets kapotgaat ben je blij dat hij ergens je rugzak zit.
