

De Achensee is Tirols grootste meer en ligt als een stille fjord ingeklemd tussen het Karwendelgebergte en het Rofangebergte. Het turkooizen water, de steile bergwanden en de vijf karakteristieke dorpen rondom het meer geven de regio een herkenbaar en fotogeniek karakter, waardoor de bijnaam “Tiroler Meer” niet overdreven aanvoelt. De regio combineert stevige bergsport met laagdrempelig wateraanbod: wandelaars, klimmers en mountainbikers vinden er hun weg in het Karwendel en het Rofan, terwijl het meer zelf een van de populairste plekken van Tirol is voor zwemmen, zeilen, surfen en suppen.
De Achensee is bijzonder geschikt voor wandelaars van elk niveau en voor gezinnen die bergsport willen combineren met wateractiviteiten. Ervaren klimsteigers en mountainbikers komen eveneens aan hun trekken dankzij het uitgebreide netwerk aan klettersteigen en fietsroutes in het Rofan en Karwendel. Wie op zoek is naar hoogalpiene gletschertochten of een uitgebreid sportklimgebied met grote rotswanden, vindt hier minder aansluiting: de Achensee is vooral een regio van middelgebergte, meer en veelzijdige actieve vakanties, niet van extreem alpinisme.

De Achensee ligt in Tirol, ten noorden van Jenbach, ongeveer 380 meter boven het Inntal op zo’n 930 tot 950 meter hoogte. Het meer vormt samen met het Achental de natuurlijke grens tussen het Karwendelgebergte in het westen en het Rofangebergte, onderdeel van de Brandenberger Alpen, in het oosten. Met een lengte van ongeveer 9 kilometer, een breedte tot 1,3 kilometer en een diepte tot 133 meter is de Achensee de grootste plas van Tirol; de oever meet ruim 21 kilometer.
Rond het meer liggen vijf dorpen die samen de regio vormen: Achenkirch aan het noordelijke uiteinde, Maurach en Eben aan de oostkant, Pertisau aan het westelijke, autoluwe oeverdeel, en Steinberg am Rofan iets verder landinwaarts richting het Rofangebergte. Wiesing, aan de voet van het dal bij de afslag van de Inntal Autobahn, geldt als de toegangspoort tot de regio. Achter Pertisau begint direct het Karwendel, met bijna 1000 vierkante kilometer het grootste aaneengesloten natuurpark van Oostenrijk; de Birkkarspitze (2749 m) is er de hoogste top. Aan de oostzijde torent het Rofangebergte op, met de Hochiss (2299 m) als hoogste punt.

Dankzij de ligging vlak bij de grens met Beieren is de Achensee relatief snel te bereiken vanuit Nederland, zeker in vergelijking met bestemmingen verderop in Tirol of Zuid-Tirol. Vanuit Nederland is de Achensee met de auto in ongeveer negen tot tien uur te bereiken. De gangbare route loopt via Duitsland naar München, Rosenheim en Kufstein, met de afslag Wiesing richting Maurach en Pertisau, of via Holzkirchen, Tegernsee en de tolvrije Achenpass rechtstreeks Maurach in. Wie van het zuiden komt, rijdt via de Brennerpas en Innsbruck naar de afslag Wiesing.
Met de trein reis je via München naar station Jenbach, het startpunt van de regio. Vanaf Jenbach breng je de laatste kilometers naar de dorpen aan het meer af met regiobus 8332, of in de zomer met de historische Achenseebahn, een stoomtandradbaan uit 1889 die tot de oudste van Europa behoort en in ongeveer 45 minuten over zo’n 7 kilometer naar Seespitz rijdt. De Nightjet-nachttrein vanuit Amsterdam, Utrecht en Arnhem rijdt rechtstreeks naar Innsbruck of Wörgl, van waaruit je eenvoudig doorreist naar Jenbach.
Wie liever vliegt, kiest voor luchthaven Innsbruck, op ongeveer drie kwartier rijden, of München, op zo’n twee uur afstand. Ook Salzburg, op anderhalf uur rijden, is een optie. Eenmaal in de regio ontsluit een gratis buspendel tussen Jenbach, Achenkirch, Maurach, Pertisau en Steinberg de dorpen onderling, en varen de boten van de Achenseeschifffahrt, actief sinds 1887, tussen de belangrijkste aanlegplaatsen langs het meer.

De Achensee biedt dus niet alleen een indrukwekkend bergmeer, maar ook een compacte, goed ontsloten combinatie van wandel-, klim- en wateravontuur binnen een overzichtelijke regio.