


Wandelen over een bergkam, het heeft iets magisch. Aan twee kanten de diepte inkijken en voor je alleen een smal pad. Als er dan ook nog wat klimwerk aan te pas komt is het plaatje voor mij af. Vorige week maakte ik zo’n tocht in de Zugspitz Arena vlakbij Lermoos. Een verslag van de Gartner Wand.
Afgelopen week was ik te gast op de AlpenKlimaGipfel, een congres bovenop de Zugspitze waar wetenschappers, beleidsmakers en mensen uit de toerismesector samenkwamen om de gevolgen van klimaatverandering te bespreken. Na afloop had ik nog een dagje over voor een bergwandeling die ik thuis al had uitgestippeld. De Gartner Wand moest het worden. De naam zegt het eigenlijk al, een rotswand die boven het skigebied van Lermoos (Grubigstein) uitsteekt waar je helemaal overheen kunt lopen.

De tocht begint bij de Brettlalm naast het middelstation van de Grubigsteinbahn op 1338 meter, een van de liften die 's zomers geopend zijn. Het voordeel van die liftrit is dat je al wat op hoogte zit op weg naar de Wolfsrathauser Hütte (1753m). Er volgt aansluitend namelijk nog een klim naar de top van de Gartner Wand (2377m).
De eerste paar honderd meter lopen al flink omhoog, deels over een skipiste die ‘s winters bekend staat als piste 5 (Standardabfahrt). Het is bizar hoeveel bloemen hier groeien eind juni, maar vanwege de hitte ben ik blij dat de route soms het bos induikt. Dat geeft verkoeling en meer afwisseling. Na drie kwartier kom ik aan bij de Wolfsrathauser Hütte waar ik wat vocht bijtank en mijn shirt even in de zon te drogen hang. Met een rugzak op de rug heb ik al aardig lopen zweten. De Wolfsrathauser Hütte is een typisch Oostenrijkse berghut met terras dat uitzicht geeft op de indrukwekkende Zugspitze, Duitslands’ hoogste berg.
Daarna gaat het omlaag. Een beetje vreemd als je weet dat je 600 meter hoger uit moet komen maar het is wel even lekker voor de benen. In de diepte lonkt de Gartneralm met de gelijknamige hut, waar een kudde koeien rond het wandelpad aan het grazen is. Het is altijd even spannend als je langs zo’n groepje viervoeters (en hun uitwerpselen) moet, maar ik had de tips die we vorig jaar gaven nog in mijn achterhoofd.
Hier begint de lange klim naar de Gartner Wand. De rotswand torent indrukwekkend boven de alm uit met zijn typische gelaagde rotsen die schuin omhoog wijzen. Het eerste stuk loopt gestaag omhoog over de groene alm maar richting de Sommerbergjöchle wordt het steiler en krijgt het pad steeds meer haarspeldbochten. De Sommerbergjöchle is een mooi rustpunt met een fantastisch uitzicht op het dorpje Berwang, ook onderdeel van de Zugspitz Arena. Maar het echte werk begint nu.
Een oude, slecht leesbare wegwijzer wijst naar een rotsachtige berg aan de linkerkant, de entree naar de Nordgrat. Dit is het meest technische deel van de route. Aan het begin is de grootste uitdaging het überhaupt vinden van het pad, dat is namelijk slecht zichtbaar maar het is duidelijk waar je naartoe moet en de helling is niet zo steil. Dat verandert na 200 meter als je echt over rotsen gaat klauteren. Op de website van de Zugspitz Arena wordt hiervoor dringend klettersteig-uitrusting aanbevolen en dat begrijp ik. Onervaren wandelaars hebben hier weinig verloren. Van de andere kant wil ik het ook geen échte klettersteig noemen. Er zijn op de steilste en meest geëxposeerde stukken wel staalkabels aangebracht waaraan je je kunt vasthouden of eventueel zekeren, maar het is geen doorlopende kabel. Op grote delen van de graat kun je je simpelweg niet inhaken. Wel vereist de route absolute stapvastheid (Trittsicherheit) en je kunt geen hoogtevrees hebben. Een misstap kan grote gevolgen hebben en met 200 hoogtemeters aan klimwerk keer je niet zomaar om.
Ben je zeker van je zaak dan wacht boven de grote beloning: een kruis met een 360 graden-uitzicht van Zuid-Duitsland tot aan Italië. Dit is genieten! De eigenlijke top van de Gartner Wand ligt 100 meter verderop waar een groter kruis staat en het uitzicht nog wat indrukwekkender is. Visuele hoogtepunten zijn de bijna 3000 meter hoge Zugspitze, de gelaagde rotsen van de Gartner Wand zelf en de beroemde weg over de Fernpas die ik vanuit deze hoek natuurlijk nog nooit had gezien.
Vanaf nu volg ik de bergkam waar ik links nog steeds bijna loodrecht de diepte inkijk en rechts de Fernpas steeds fotogenieker wordt, zeker met de naastgelegen Blindsee. Ik maak af en toe een stop om van het uitzicht te genieten, want het blijft oppassen. Het pad is van tijd tot tijd slecht te zien en meer dan een likje rode verf op een verdwaalde steen kan ik niet vinden. Ik zou deze tocht daarom alleen bij goed weer doen. Bij laaghangende bewolking kan ik me voorstellen dat je even de weg kwijt raakt. Bovendien mis je dan de essentie van de tocht, het fenomenale uitzicht!
Het vervolg is relatief eenvoudig en leidt zonder grote stijgingen of dalingen naar de top van de Grubigstein (2233m). Ik pak nog even de gelijknamige ‘Vorgipfel’ mee waar ook een kruis op staat. Eén keer eerder in het Kleinwalsertal vond ik het niet nodig naar zo’n naastgelegen top te klimmen, maar iedere keer als ik daar nu kom zie ik dat kruis en denk ik ‘had ik hem toch maar meegepakt.’
Vanaf de Grubigstein loop ik tussen de lawinehekken terug naar het toeristische deel met zijn liften en restaurants. Dat is wat deze tocht zo interessant maakt. Het ruige terrein van de Gartner Wand maakt dat je je ver van de beschaving waant, maar aan de kant van de Grubigstein ben je ook zo weer terug in de bewoonde wereld. Dat is het andere voordeel van een liftticket kopen. Na een uitdagende tocht als deze is het prettig als je in die bewoonde wereld gewoon de lift naar beneden kunt nemen.
Gartner Wand in cijfers:
